Kantje
Boord
Kantje
Boord, het bootje Kantje Boord
Dat
legde haast het loodje op zijn reis naar Emmeloord
Vanochtend
vroeg vertrok hij uit de haven van IJmuiden
Z地
buikje vol, z地 zeiltje bol, de wind kwam uit het zuiden
Eerst
vlogen er gezellig nog wat meeuwen met hem mee
Maar
die verdwenen snel, toen werd het stiller op de zee
Het
enige wat je kon horen was een klepperend luikje
Kantje
Boord ging schuiner hangen op zijn blauwe buikje
Lekker
kwam de vaart erin, hij scheerde door het schuim
De
golven likten zachtjes aan de wanden van zijn ruim
Kantje
Boord, het bootje Kantje Boord
Trok
aan zijn fokkeschootje met z地 koppie richting Noord
Kantje
Boord genoot met volle teugen van zijn tochtje
Voorbij
de toren van Den Helder maakte hij een bochtje
De
Waddenzee beschouwt hij als zijn allerbeste vriend
Toet-toet-toet!
hij heeft zijn komst al aangediend
Kalluman
ging Kantje Boord de Waddenzee doorkruisen
Maar
plotseling begon het water onder hem te bruisen
Hee
Waddenzee! Hee stop daarmee! Zo giechelde hij hardop
Niet
kietelen jij ouwe reus, ik ga haast op m地 kop!
De
golven werden ruiger Kantje Boord begon te zweten
Hij
stuiterde en schudde, werd het luchtruim in gesmeten
Z地
rib zei krak, z地 roertje brak, z地 mast verloor de top
En
na een grote vloedgolf lag hij krakend op z地 kop
Kantje
Boord, het bootje Kantje Boord
Kan
heus tegen een stootje maar nu werd hij haast vermoord!
Uche
uche Kantje Boord had liters water binnen
Hij
snakte naar wat adem, zal hij dit nog overwinnen?
Met
de moed der wanhoop nam hij eerst een diepe duik
Snel
draaide hij zich om, hoera hij lag weer op zijn buik
Wat
was hij toch geschrokken, heel zijn lijffie lag te beven
En
scheefjes dreef hij verder, heeft z地 oogjes uitgewreven
Hij
had het overleefd maar schrok zich nu pas half dood
Want
vlakbij voor z地 boegje dreef een monster, meters groot!
Een
monster! riep het bootje. Een verschrikkelijk gedrocht!
Help
help SOS! Mijn buikje zit vol vocht
Zo
kan ik niet ontsnappen, hoe hard ik dan ook zwem
BOE
HOE HOE WAAA! klonk plots een zware stem
Kantje
Boord, het bootje Kantje Boord
Sloeg
haast overboord. Wat had hij nu gehoord?
Als
hij oren had gehad had hij ermee staan flapperen
In
plaats daarvan voelt Kantje Boord zijn rafelzeiltje wapperen
Kantje
hield zijn adem in en luisterde, wat plonst er?
Grote
druppels rolden uit de ogen van het monster
Spat!
Spat! Kletterden ze in de Waddenzee
稚
Bootje deinde woestig met de verse golven mee
Kh-kan
ik je soms helpen? Riep Kantje Boord heel moedig
Er
moest toch i騁s gebeuren, anders kapseisde hij spoedig
BOE
HOE HOE WAAA!! huilde de groene reus
Grote
kleffe klodders stroomden langzaam uit zijn neus
Een
babymonster was het, Kantje Boord kreeg medelijden
Terwijl
hij angstig smurrie snot probeerde te vermijden
Welke
avonturen zal Kantje Boord beleven? Je leest het binnenkort op deze
pagina!
