Kromme
Krijn van Dintelorem
Heeft
een puist, het is geen porem!
Midden
op zijn bleke snoet
Zit
dat ding, vlakbij een sproet
Rood
is ie met witte pus
Ja
hij staat op springen dus
Kromme
Krijn kan het niet laten
Zet
zijn nagels heel kordaat en
Zeker
in de bolle puist
Tot
die lekker openbruist
Steeds
meer rotzooi komt eruit
Niet
te stoppen, oh hij spuit
Metersver
de vreemdste derrie
Maakt
daarbij enorme herrie
Het
wil Kromme Krijn niet lukken
Om
de puist weer dicht te drukken
Ja
de smurrie blijft maar vloeien
Laat
zijn puist fonteinen sproeien
Groene,
gele, bruine drab
Oh
het druipt al van de trap
En
beneden in de kelder
Zijn
de muren niet meer helder
In
de tuin tot aan het hek
Drijft
de allervieste drek
Ook
de straat raakt nu bedolven
Onder
metershoge golven
Eerst
gaan de sirenes loeien
Daarna
volgen reddingsboeien
Helikopters
duiken neer
Regelen
het vluchtverkeer
En
het wordt al snel een zootje
Als
een klein politiebootje
Zonder
goeie stratenkaart
Bovenop
de schoorsteen vaart
Kromme
Krijn zijn beide ouders
Zijn
doorweekt tot aan de schouders
Moeder
roept o gut o gut!
Die
klonterige puistenprut
Verruïneert
mijn nieuwe schoenen
Moet
ik straks het huis weer boenen
Ach
mijn lieve Kromme Krijn
Knijp
je puisten nooit meer fijn!
Dan
besluit de puist te stoppen
Krijn
komt naar beneden soppen
Juichend,
gillend, o mama!
‘t
is gelukt hoera hoera!
Ik
zit al jarenlang te hopen
Dat
mijn bochel leeg zou lopen
En
Kromme Krijn staat, het is echt
Nu
als een Goudse kaars zo recht!
