De
Stropdas
Geen
flauw idee hoe ik hier nou weer in verzeild ben geraakt. Kroegje,
tafeltje, wijntje en tegenover me zit een stropdas. Een stropdas! Hou me
vast! Maak me gek! Nou hebben mannen lachwekkende wormvormige aanhangsels,
maar de meest hilarisch is toch wel… de stropdas.
Zeg
nou zelf, zo’n ding schreeuwt toch uit: “ik ben een lul”? Daar kun
je toch niks anders van maken? Hooguit “ik ben een lul met stippen”
of, nog triester, “Ik ben een guitige lul met Dagobert Duck”. En dat
komt dan zo die nek uit zetten… “en ik lul nog uit m’n nek ook.”
Dat geldt zeker voor deze Egbert, tegenover me. Ik probeer te luisteren,
maar het lukt me niet. Mijn blik glijdt af naar dat vreemde lapje stof. Je
hebt trouwens ook types met zo’n vlinderdasje. Dat zijn meestal de bállen.
“Je
lijkt zo afwezig” zegt Egbert. “Afwezig? Ik?” zeg ik. “Nee hoor,
hartstikke boeiend allemaal.”In gedachten zie ik voor me hoe ik hem met
zijn wurgdasje aan het plafond hang. Snel
stel ik hem een vraag waardoor hij weer enthousiast op zijn praatstoel
gaat zitten. Het is zó makkelijk om mannen over zichzelf te laten praten.
Maar dat hoef ik de vrouwen hier niet te vertellen. Over z’n werk heeft
ie het, iets juridisch en hoe énig zijn nieuw betegelde tuinpaadje is
geworden. Mijn
ogen zwerven onbewust weer af naar dat rare lullige slingertje onder z’n
stuiterende adamsappel.
Nee
ik heb het nooit begrepen. Zo’n man die ’s ochtends voor de spiegel
staat en denkt “Brrrr, koud vandaag, ik doe mijn wollen stropdas maar
om.” Of: “Zal ik vandaag strepen of stippen”? En dat hij dan zo’n
soort van slaphangende voorbinddildo omdoet.. Wie verzint dat? Dat is echt
zoiets stompzinnigs van mannen onder elkaar hoor. Het bestond trouwens al
in het Stenen Tijdperk. Jahaa, kijk maar naar Fred Flintstone.
Die heeft zo’n blauwe, gerafelde.
En
die knoop da’s ook al zo’n mannending, zo onnodig ingewikkeld. Zo’n
mannen onder elkaar geheim. “Kijk eens wat knap! Ik heb mijn
strikdiploma.” Van dat kaliber. En wie ik nog minder snap zijn vrouwen,
die vallen op mannen met zo’n slappe lap. En die dan stiekem gaan
oefenen hoe je –vanaf de voorkant-
zo’n ding voor hem knoopt. Echte toegewijde vrouwenliefde.
Egbert is duidelijk op zoek naar zo’n vrouw. Hij doet zo zijn
best indruk te maken, bestelt meer wijn – ha, eindelijk een pluspunt- en
begint over klussen in huis. En ik zie meteen voor me hoe ik zijn stropdas
aan de tafel vastspijker. Net iets te strak. En hoe zijn hoofd steeds
roder wordt en zijn ogen uitpuilen….
Ineens
snap ik het. Wij vrouwen, wij zijn subtiel. Vrouwen dragen oorbelletjes in
hun erogene lellen, een sierlijk kettinkje in hun sensitieve halslijn, of
zo’n guitig kwastje in hun rue d’amour. Maar nu mijn ogen de das van
Egbert volgen snap ik het. Mannen dragen een pijl! Een grote dikke vette
pijl. “Luister vooral niet naar wat ik zeg, kijk niet naar mijn hoofd,
volg de pijl en maak kennis met het boeiendste onderdeel van mijn lichaam.
”Of, in de meeste gevallen ‘het enige interessante aan mij”. Ik zie
ineens zo’n groep politici voor me. Hun pijlen verstopt onder
dichtgeknoopte jasjes.
En dan rond borreltijd gaan ze los. En hun jasjes ook. Yep, daar
komt de ware man naar boven. “Hier moet je zijn! Hier moet je zijn!“
schreeuwen de pijlen tegen de dames. Ik denk aan Jan Peter Balkenende,
André Rouvoet. Die slápen zelfs nog met een stropdas om. Maar ja, alles
draait daar om de voortplanting. En dan hebben ze een kleintje, moeilijk
te vinden, geen sexuele voorlichting, tja, dan moet je een subtiele
TomTomroute voor de vrouwtjes uitzetten. Hier moet je zijn! Hier moet je
zijn! Zou het betekenen dat alleen mannen met een kleintje zo’n pijl
dragen? Ik kijk met lichte medelijden naar mijn tafelheer. Egbert praat
over zijn ex-vriendin en hoe hij daar nog zo’n fijne relatie mee heeft.
En dat ie niet van Italiaans eten houdt, maar dol is op gestampte pot.
Heel interessant.
Oeps,
er vliegt een spetter wijn op z’n das. Ineens voel ik me misselijk
worden. Gaat zo’n geval eigenlijk wel eens in de was? Of staat zo’n
ding letterlijk stijf van de bacteriën en andere viezigheid?
Ze zeggen wel eens wat over een bakje pinda’s in de kroeg. Dat
daar zo veel urinesporen in zitten. Nou brrrr, zo’n stropdas, ik zou er
niet eens m’n neus in snuiten. Smerig! En gatver, iemand die zo’n
stropdas heeft aangeraakt, die kun je maar beter niet de hand schudden.
Krijg je allemaal enge ziektes van. Laat staan dat je hem aan andere
onderdelen laat zitten… Waarschijnlijk omdat ik zo naar z’n das staar,
begint Egbert er een beetje onzeker aan te frunniken en wiebelen. Gatver,
nou begint die smeerpijp ook nog te swaffelen! Ik ben het zat, deze
stropdas hangt me de keel uit. Ja, hij komt me m’n strot uit.
“Ik
vond het leuk met je
te spreken,” zegt hij als ik abrupt opsta. “Ja hoor, ik ook,”
zeg ik en denk “bij vlagen hilarisch zelfs”. “Mag ik je nummer’”
vraagt hij, wederom publiekelijk swaffelend. Oei, ik denk na. Vroeger,
heel vroeger, in de kroeg gaf ik aan grote griezels die maar bleven
doorzeuren altijd het nummer van
Domino’s Pizza. Dat was het enige nummer dat ik zelfs stomdronken uit
m’n hoofd kende. Hoeveel zullen niet moed hebben verzameld en het nummer
gedraaid, om zich uiteindelijk maar te troosten met een pizza pepperoni,
toch een lekker heet hapje om hun tanden in te zetten. Maar dat kan ik nu
niet máken tegenover Egbert. Nee, dat kan ik niet maken. Hij vertelde net
nog dat ie niet van Italiaans houdt. Ik denk snel na en pak mijn telefoon.
Effe googelen. Dan geef ik hem een nummer.
Als
hij z’n moed bijeenraapt en belt, krijgt ie Tony Tetro aan de lijn,
Neerlands dassenkoning. Kan ie zichzelf troosten met een nieuw dassie. Ach
gossie, de stumperd. Eentje met strepen en ballen,
dat zal hem opvrolijken!
Voorgedragen
bij de eerste Maandelijkse Cyclus in De Maatschappij, Scheveningen
(21
december 2008 ©
Happy Turtle)
Reageer
op deze column!
terug
naar Columns en Verhalen

Meer info? Wie, wat waar...