Zeehond
Zijn
Tjalleman
zit aan het eind van zijn steigertje. Zijn tenen wiebelen in het koude
water. Heen en weer en heen en weer, maar hij merkt het niet eens.
Tjalleman is verdrietig. De glimmende golfjes rond zijn tenen maken een
vrolijk waterschilderij. Prachtig! Maar Tjalleman ziet het niet. Hij is
verdrietig. Zoals je je soms wel eens verdrietig kunt voelen, zonder een
echte reden. Hij denkt aan alle dingen die hij nog moet doen vandaag,
alle problemen die hij nog moet oplossen, alle tobberijen die door
zijn hoofd spoken. Maar hij heeft helemaal geen zin. Zijn vingers spelen
met zijn glimmende oorring en zijn ogen glijden over het water, zonder
echt iets te zien.
Plotseling maakt een
stiekeme zonnestraal zijn bleke huid wat warmer. Hmmm. Dat is lekker.
Hij trek zijn blouse uit en strekt zijn grote brede armen naar de zon. Ja!
Dat is beter. Voor hem begint het water te
rimpelen. Dan duikt het grijze kopje van Puupa op. Ineens voelt Tjalleman
zichzelf iets minder verdrietig. ‘Dag Puupa,’ zegt hij. ‘Ik ben blij
je te zien’. Puupa
strijkt met zijn
zachte natte lijfje langs de blote kuiten van Tjalleman. Nog een keer
duikt hij onder water en dan glijdt hij op de grote glimmende steen naast
de steiger. Zijn eigen plekje.
‘Hee Tjalleman, wat
is er met jou aan de hand?’ Puupa schudt zijn lijfje uit zodat de zon
zijn haartjes kan drogen. ‘Je lijkt me niet zo vrolijk vandaag.’
Tjalleman zucht. ‘Ach weet je, lieve Puupa, het is
af en toe best moeilijk om een mens te zijn. En dan vooral een groot
mens.’ Puupa kruipt wat dichter naar hem
toe. ‘Waarom, Tjalleman? Mens zijn lijkt me best leuk. Jullie kunnen
zwemmen maar ook over het land lopen. Ja, zelfs vliegen als vogels in
zo’n glimmende schelp met vleugels. Dat lijkt me prachtig.’ Tjalleman
lacht. ‘Ja dat is waar. En toch zou ik af en toe een zeehond willen
zijn. Net als jij. Lekker in het water spelen, luieren in de zon, visjes
vangen en verder geen gezeur aan mijn kop. Hmmmm, dat lijkt me
heerlijk.’
Een seconde kijkt
Puupa hem nadenkend aan, dan beginnen zijn oogjes te glimmen. Met een
grote boog duikt hij in het water en begint heel hard te spartelen. Dikke
druppels vliegen alle kanten uit en maken Tjalleman helemaal nat. ‘Kom
dan!’ roept Puupa uitgelaten. ‘Kom dan!’
‘Heee pas op!’
Tjalleman deinst snel achteruit en komt overeind. ‘Je maakt me nat!‘
‘Kom dan!’ Puupa blijft
roepen. ‘Je wilt toch een zeehond zijn?’ Nog harder spettert hij in
het rond.
Tjalleman
doet nog een stap achteruit en blijft dan stilstaan. Hij friemelt aan zijn
oorring terwijl zijn ogen afdwalen naar zijn huisje verderop. Weer denkt
hij aan alle dingen die hij nog moet doen, alle problemen die hij
nog moet oplossen, alle tobberijen die door zijn hoofd spoken. Vermoeid
sluit hij zijn ogen en zucht.
En ineens voelt hij het.
Met zijn ogen dicht voelt hij hoe de zon hem verwarmt; een warme gloed
verspreidt zich door heel zijn lichaam. Hij voelt de vrolijke druppels
op zijn huid, een briesje blaast zacht in zijn gezicht, hij ruikt de
frisse zeelucht en proeft het zout op zijn lippen. Het geschreeuw van
meeuwen klinkt om hem heen, en het vrolijke geschater van Puupa. En
Tjalleman ziet. Met zijn ogen dicht ziet hij eindelijk wat hij heel de dag
nog niet gezien heeft.
Langzaam verschijnt
de vertrouwde brede grijns op zijn gezicht.
Dan, met één snelle beweging trekt hij zijn broek uit en duikt het water
in. ‘Ik ben een zeehond!’ schreeuwt hij.
‘Hoeraaaaa!!! Pfffpfffuffff
ughe ughe!’ Proestend komt Tjalleman boven en sputtert een slok
water uit. Hij hapt naar adem. ‘Haha’
lacht Puupa, ‘zie je, zo makkelijk is het nog niet om een zeehond te
zijn.’
De rest
van de middag spelen Tjalleman en Puupa samen in het water. Ze zwemmen
achter elkaar aan, duiken naar vis, vinden de mooiste schelpen en
uiteindelijk belanden ze hijgend naast elkaar op een grote platte rots aan
het water. Tjalleman voelt de warmte van de steen in zijn rug. Hij rekt
zich lekker uit, knijpt zijn ogen dicht tegen de zon en fluistert:
‘Morgen, morgen ben ik weer een mens. Maar vandaag blijf ik lekker de
hele dag een zeehond.’
‘Dat
vind ik fijn’, antwoordt Puupa. ‘Je bent mijn allerliefste
zeehondvriendje’. Dan rolt hij zich om, zijn zachte haartjes tegen
Tjalleman’s gladde huid.
(Geplaatst:
juli 2006. Voorgedragen Open Avond Eso juli 2004. Uit:
Birre & Tjalleman. ©
Happy Turtle)
terug
naar Columns & Verhalen

Meer info? Wie, wat waar...