Zeehond Zijn

Happy Turtle Omhoog Nieuws Gedichten Posters Liedjes Kids Kluister! Maandelijkse Cyclus Wie Wat Waar?

 

 

Zeehond Zijn

Tjalleman zit aan het eind van zijn steigertje. Zijn tenen wiebelen in het koude water. Heen en weer en heen en weer, maar hij merkt het niet eens. Tjalleman is verdrietig. De glimmende golfjes rond zijn tenen maken een vrolijk waterschilderij. Prachtig! Maar Tjalleman ziet het niet. Hij is verdrietig. Zoals je je soms wel eens verdrietig kunt voelen, zonder een echte reden. Hij denkt aan alle dingen die hij nog moet doen vandaag, alle problemen die hij nog moet oplossen, alle tobberijen die door zijn hoofd spoken. Maar hij heeft helemaal geen zin. Zijn vingers spelen met zijn glimmende oorring en zijn ogen glijden over het water, zonder echt iets te zien.

Plotseling maakt een stiekeme zonnestraal zijn bleke huid wat warmer. Hmmm. Dat is lekker. Hij trek zijn blouse uit en strekt zijn grote brede armen naar de zon. Ja! Dat is beter. Voor hem begint het water te rimpelen. Dan duikt het grijze kopje van Puupa op. Ineens voelt Tjalleman zichzelf iets minder verdrietig. ‘Dag Puupa,’ zegt hij. ‘Ik ben blij je te zien’. Puupa strijkt met zijn zachte natte lijfje langs de blote kuiten van Tjalleman. Nog een keer duikt hij onder water en dan glijdt hij op de grote glimmende steen naast de steiger. Zijn eigen plekje. 

‘Hee Tjalleman, wat is er met jou aan de hand?’ Puupa schudt zijn lijfje uit zodat de zon zijn haartjes kan drogen. ‘Je lijkt me niet zo vrolijk vandaag.’ Tjalleman zucht. ‘Ach weet je, lieve Puupa, het is af en toe best moeilijk om een mens te zijn. En dan vooral een groot mens.’ Puupa kruipt wat dichter naar hem toe. ‘Waarom, Tjalleman? Mens zijn lijkt me best leuk. Jullie kunnen zwemmen maar ook over het land lopen. Ja, zelfs vliegen als vogels in zo’n glimmende schelp met vleugels. Dat lijkt me prachtig.’ Tjalleman lacht. ‘Ja dat is waar. En toch zou ik af en toe een zeehond willen zijn. Net als jij. Lekker in het water spelen, luieren in de zon, visjes vangen en verder geen gezeur aan mijn kop. Hmmmm, dat lijkt me heerlijk.’

Een seconde kijkt Puupa hem nadenkend aan, dan beginnen zijn oogjes te glimmen. Met een grote boog duikt hij in het water en begint heel hard te spartelen. Dikke druppels vliegen alle kanten uit en maken Tjalleman helemaal nat. ‘Kom dan!’ roept Puupa uitgelaten. ‘Kom dan!’ 

‘Heee pas op!’ Tjalleman deinst snel achteruit en komt overeind. ‘Je maakt me nat!‘ 

‘Kom dan!’ Puupa blijft roepen. ‘Je wilt toch een zeehond zijn?’ Nog harder spettert hij in het rond.

Tjalleman doet nog een stap achteruit en blijft dan stilstaan. Hij friemelt aan zijn oorring terwijl zijn ogen afdwalen naar zijn huisje verderop. Weer denkt hij aan alle dingen die hij nog moet doen, alle problemen die hij nog moet oplossen, alle tobberijen die door zijn hoofd spoken. Vermoeid sluit hij zijn ogen en zucht.

En ineens voelt hij het. Met zijn ogen dicht voelt hij hoe de zon hem verwarmt; een warme gloed verspreidt zich door heel zijn lichaam. Hij voelt de vrolijke druppels op zijn huid, een briesje blaast zacht in zijn gezicht, hij ruikt de frisse zeelucht en proeft het zout op zijn lippen. Het geschreeuw van meeuwen klinkt om hem heen, en het vrolijke geschater van Puupa. En Tjalleman ziet. Met zijn ogen dicht ziet hij eindelijk wat hij heel de dag nog niet gezien heeft.

Langzaam verschijnt de vertrouwde brede grijns op zijn gezicht. Dan, met één snelle beweging trekt hij zijn broek uit en duikt het water in. ‘Ik ben een zeehond!’ schreeuwt hij. ‘Hoeraaaaa!!! Pfffpfffuffff ughe ughe!’ Proestend komt Tjalleman boven en sputtert een slok water uit. Hij hapt naar adem. ‘Haha’ lacht Puupa, ‘zie je, zo makkelijk is het nog niet om een zeehond te zijn.’

De rest van de middag spelen Tjalleman en Puupa samen in het water. Ze zwemmen achter elkaar aan, duiken naar vis, vinden de mooiste schelpen en uiteindelijk belanden ze hijgend naast elkaar op een grote platte rots aan het water. Tjalleman voelt de warmte van de steen in zijn rug. Hij rekt zich lekker uit, knijpt zijn ogen dicht tegen de zon en fluistert: ‘Morgen, morgen ben ik weer een mens. Maar vandaag blijf ik lekker de hele dag een zeehond.’

‘Dat vind ik fijn’, antwoordt Puupa. ‘Je bent mijn allerliefste zeehondvriendje’. Dan rolt hij zich om, zijn zachte haartjes tegen Tjalleman’s gladde huid.

(Geplaatst: juli 2006. Voorgedragen Open Avond Eso juli 2004. Uit: Birre & Tjalleman. © Happy Turtle) 

terug naar Columns & Verhalen

 Meer info? Wie, wat waar...